dinsdag 14 april 2009

ziekenhuis (deel 2)

De uitslag van de MRI valt mee! Geen dreigende dwarslaesie! Het is..... Het is..... Het is........ nog erg onduidelijk allemaal. De dokter heeft nog geen diagnose dus we doen een ruggeprik!
Ik hou niet van naalden in de buurt van mijn zenuwstelsel! Maar vooruit, we zijn overgeleverd aan de proffessionals! Dus laten we maar meedoen..

Er blijkt een infectie te zitten in mijn rug. Dus vergeleken met het schrikbeeld van de dwarslaesie valt het alles mee! Half opgelucht laat ik me opnemen in het ziekenhuis met tenminste 10 dagen opname in het vooruitzicht.

En daar lag ik opeens op de neurologie. Op een vier persoons zaal. Recht voor me een man die zijn leven lang broodjes had gebakken. Schuin tegenover me een mevrouw die heel hard kon snurken en praten in haar slaap (dat zorgde voor leuke imitatie mogelijkheden)! En rechts naast me een man die problemen had gehad met het formuleren van de juiste zinnen in de juiste situaties.

En op mijn plek, daar lag ik, al snel omringt door bezoek en kaarten. Aan een infuus, een catheter en al snel aan de morfine en andere medicatie. Het woord 'rugpijn' had inmiddels een hele nieuwe dimensie gekregen.

De verpleging was in sommige situaties hopeloos. Als patient mag je je vooral niet teveel met jezelf bemoeien, zeker niet als je verpleegkundige bent. Dan ben je namelijk te controlerend, probeer je dingen naar je hand te zetten en heb je moeite met jezelf overgeven aan de deskundigen. Het enige wat ik wilde was pijnstilling wanneer ik pijn had, antibiotica wanneer ik blaasontsteking had en verder wilde ik slapen. Alle drie deze wensen bleken erg moeilijk te begrijpen te zijn....

De zaal waar ik lag was een komen en gaan. De bakker werd overgeplaatst, de moeilijk pratende buurman mocht met weekend verlof. De hele zaal was verheugd toen de hard snurkende en snachts pratende mevrouw terecht kon in het revalidatiehuis. De buurman kwam terug van weekendverlof en mocht bijna gelijk weer naar huis. Een nieuwe zaalgenoot kwam en ging. En ondertussen bleef ik liggen. Soms was ik helemaal alleen, ondanks dat ik zaalgenoten had en verpleegkundigen zag. Soms was ik verbaast over de hoeveelheid mensen die op bezoek kwamen. Een aantal mensen zag ik niet eens op mijn verjaardag, maar hier waren ze opeens, vanuit het niets. En de mensen die het dichts bij mij stonden waren er bijna elke dag, waardoor ik me minder makkelijk alleen kon voelen.

Geen opmerkingen: